De Nederlandsche Handel-Maatschappij - een kleine geschiedenis / de oorlogsjaren
De oorlogsjaren
Bij het uitbreken van de oorlog woonde het gezinnetje (inmiddels gegroeid door de geboorte van dochter Anneke in 1929 en zoon Hans in 1933) nog steeds op de Hugo de Grootkade 16-I, tegenover het huis van de ouders van Gé aan de Nassaukade 134. In deze pijpenla van 3,5 x 10,5 m, met maar één slaapkamer was het al snel te klein, en in juni 1940 verhuisde de familie naar een veel ruimere woning op de 3e etage van Nassaukade 135. In 1944 kwam er daar nog een nakomertje: Bob bij, een hele zorg in die moeilijke laatste jaren van de oorlog.
Hoewel Gé van gemeentewege was aangesteld als waarnemend Blokhoofd heeft hij nimmer als zodanig dienst gedaan, omdat de NHM beschikte over een eigen Luchtbescherming en die had voorrang. Gé Muller maakte daar als nummer 46 deel van uit.
Ieder lid kreeg een uniform in de vorm van een beige overall, een helm, een gasmasker, een lasbril en een asbest handschoen (als er thermiet brandbommen onschadelijk moesten worden gemaakt....), een combinatietang met zware isolerende rubbergrepen en een zijtas om alles in op te bergen. Die helmen waren in het begin een allegaartje van oude Nederlandse legerhelmen (van het Engelse model uit de Eerste Wereldoorlog), van fiber brandweerhelmen van Amerikaans model, en van Nederlandse Luchtbeschermingshelmen die later de standaard werden. Men oefende op het dak van het gebouw - zowel zonder als met het gasmasker op - het blussen van brand met brandslang, zand en vuurzweep. En een verklaring van de Burgemeester moest de fiets veilig stellen.
Tijdens de hongerwinter wist Gé de vuurzwepen (lange, roodgeverfde stokken met stroken dweil aan het einde) en schoppen uit het gebouw te smokkelen en te verdelen onder de collega's; het houtwerk vond daar een nuttig einde in de vuurduveltjes en Valeriuskacheltjes. (Valeriuskacheltje ??? Zo noemde men in Amsterdam de opzetkacheltjes, ontworpen in het atelier van Gispen. Je kon bijna gek worden bij de pogingen het ding aan de praat te houden. En de Valeriuskliniek was een inrichting waar personen uit de betere standen naar toe gingen als ze doordraaiden, zodoende.)
Over de verdere werkzaamheden van Gé in het begin van de oorlog valt weinig te zeggen tot....
Hugo de Grootkade 16-1 Luchtbescherming oproep mei 40 Luchtbescherming NHM fiets Instructiekaart Armband
26 April 1943
De dag - zo kort na de viering van zijn 25-jarig jubileum - dat een Halifax bommenwerper neerstortte op het nabijgelegen Carlton hotel, waar onder andere het hoofdkwartier van de Luftwaffe in Nederland was ondergebracht. De verwoesting was totaal, de bezetter zocht uiteraard een vervangend onderkomen, en vond dat in het op loopafstand gelegen gebouw van de NHM. Dit luidde een korte periode van koortsachtige activiteit in; het gehele gebouw moest op zeer korte termijn worden ontruimd, en voor personeel en inventaris moest elders ruimte worden gevonden. Gé Muller was een van de uitvoerders; hij regelde vooral de contacten met verhuizers zoals Vogtschmidt, Cornelje en van Deudekom, en het onderbrengen van inventaris en archieven op andere plaatsen zoals het pakhuis "Indië" en andere pakhuizen uit de koloniale tijd. Het personeel - door de verminderde activiteit gedurende de oorlog gereduceerd - kon voor het grootste deel gehuisvest worden in het oude gebouw Heerengracht 466, op de hoek van de Spiegelstraat.

In die tijd zagen wij onze vader weinig; het was een hectische periode, en het veroorzaakte daardoor ook spanningen in het huwelijk.
Pakhuis Indie Laden op dekschuit... en uitladen bij Herengracht 466
Suikerstandaard
Hollandsche Suikerstandaard
Gé Muller wist de weg in het onroerend goed van de NHM. Niet alleen de nieuwbouw, maar ook 466 (zoals de oude huisvesting kortweg genoemd werd) en de diverse pakhuizen hadden geen geheimen. Zo kwam hij in de herfst van 1944 thuis met een aantal vierkante glazen potjes en daarin suiker in allerlei kleuren. Dat was een deel van een Suikerstandaard of officieel de "Hollandsche kleurstandaard", afgekort H.S.. Dit was een van de methodes - naast die door middel van polarisatiemeting - die gebruikt werd voor de kwaliteitsbepaling op basis van kleur van de diverse soorten suiker. Een complete standaard bestond uit 18 verzegelde glazen potjes, genummerd van 8 tot 25, waarbij no. 8 bijna zwart was en no. 25 nagenoeg wit. Ieder jaar werd deze standaard samengesteld onder toezicht van de NHM, en het laatst was dit gebeurd in 1938. Door de internationale situatie zijn de kistjes met standaarden nooit verzonden, en bleven opgeslagen tot 1944, toen hij ze in pakhuis "Indië" ontdekte, en de inhoud kon verdelen onder zijn collega's.
Inleveren radio
Pakhuis Indië (Keizersgracht 493) was trouwens ook een veilige bergplaats voor de in 1941 nieuw gekochte Philips radio; het was het allerlaatste model dat uit de Eindhovense fabriek kwam, kort daarop maakte een bombardement een einde aan alle activiteiten daar op dit gebied. Toen alle radio ontvangers moesten worden ingeleverd ontkwam dit toestel aan dit lot, een oud zelfbouw apparaat mocht (eerst deskundig onbruikbaar gemaakt) naar Duitsland. En bij de leverancier van de nieuwe radio brak toen heel toevallig brand uit die het klantenarchief verwoestte; wat jammer nou.
Na de oorlog, toen er een nieuwe radio kon worden aangeschaft, informeerden wij bij Philips of zij misschien belangstelling hadden voor de oude radio. Men verzekerde ons dat er in 1941 geen radio's geproduceerd waren, het zou wel een vooroorlogs model zijn. Maar toen wij met de radio, compleet in doos en met gebruiksaanwijzing met datum aankwamen, was men overtuigd; nu staat de radio als enig overlevende in het Philips Museum.
Koffie en thee
Enkele van de vele producten waar de NHM groot in geworden was. Voor de oorlog kon het personeel elke maand voor zeer lage prijs een pak thee en soms ook koffie aanschaffen; de thee werd gemengd in een ruimte in pakhuis "Indië", een groot hok waar boven een aantal silo's met verschillende soorten thee. Een deskundige opende dan kleppen onder de silo's, de stromen thee vielen op een aantal latten, de thee stoof alle kanten op en werd zodoende goed gemengd. Daarna werden grauw papieren zakken met elk een pond afgevuld. Veel mensen haalden hun neus op voor deze goedkope' thee, en onze vader nam dan soms hun quotum over. Dat leverde in de oorlog een schat aan ruilmateriaal op, een zetseltje thee, gevouwen in een vloeipapiertje was een gewaardeerd verjaarsgeschenk, en een half ons was goed voor een mud tarwe.
Rijksduitser
Verklaring fiets
Bij de bezetters van het gebouw was ook een zogenaamde Rijksduitser', een man met de Duitse nationaliteit maar die al heel lang in Nederland woonde, en niet zo'n boodschap had aan zijn bezettende landgenoten. Via hem kon Gé nog in het gebouw komen, en hij hielp hem ook aan verschillende zaken, zoals bijvoorbeeld een Todtkachel', een zware gietijzeren plattebuiskachel zoals die gebruikt werden in de barakken van de bunkerbouwers van de Organization Todt'. Verder stencilpapier, inkt en stencils, die nog lagen opgeslagen in de drukkerij, en die hun weg vonden naar het verzet. Ook zorgde hij voor verklaringen dat G.J.L.Muller onmisbaar was voor het goed functioneren van het gebouw. Maar op een gegeven moment was de man verdwenen, wat er met hem gebeurd is, en of hij de rest van de oorlog overleefd heeft is helaas onbekend.
Dolle Dinsdag
Een van de gevolgen van Dolle Dinsdag was het acuut verdwijnen van een aantal foute' personeelsleden, waaronder de Vertrouwensman, een door de NSB ingestelde functie waar medewerkers hun grieven over collega's en chefs kwijt konden. Uit barmhartigheid zal de naam van deze functionaris niet worden vermeld (hij was overigens niet eens zo'n slechte) maar Ge heeft direct zijn bureau en archiefkast veilig gesteld; er bleken dusdanig belastende zaken voor collega's in de dossiers te zitten dat vernietiging hem verstandig leek. Een klein aantal algemene zaken, die geen gevaar konden, zijn na de oorlog aan het RIOD overhandigd.
Sloten en sleutels
Gé Muller had ook bemoeienis met alles wat met sloten, brandkast en kluizen te maken had. Lips Dordrecht was de hofleverancier, en een herdenkingsboek geschreven door de slotendeskundige en Lips directeur Vincent Eras, met een opdracht voor mijn vader getuigde hiervan. Een enkele maal mocht ik in de vakantie met hem mee, vanwege mijn technische interesse, en ik stak daar veel van op; vooral de afdeling waar brandkasten door heel speciale medewerkers (men mompelde iets over ex-inbrekers die hier weer op het goede pad terecht waren gekomen) werden geopend als de sleutels of combinatie zoek waren, of die hadden geleden onder de oorlogshandelingen was interessant.
Voedseltochten
Machtiging voedselinkoop NHM
De organisatie van voedseltochten ten behoeve van het personeel werd tegen het einde van de oorlog een belangrijke taak; meestal met paard en wagen van de hem bekende verhuizers en ingedekt tegen vordering door de bezetters met - zeer valse - verklaringen dat dit rollend materieel nodig was voor het ophalen van goederen uit Joods bezit. Toen zij hiermee een keer tegen de lamp liepen was het natuurlijk afgelopen, gelukkig zonder verdere gevolgen.