De Nederlandsche Handel-Maatschappij - een kleine geschiedenis / De grote afbraak
De grote afbraak
Die begon met de samensmelting van NHM en de Twentsche Bank, oktober 1964. De opdracht aan de afdeling Archief was de vele kilometers archief tot 10% of daaromtrent te reduceren. Omdat inmiddels de kernactiviteit van de NHM het bankieren was geworden, kon het deel van het archief dat betrekking had op de handel in wezen worden afgevoerd. Er kwamen puinschuiten in de Herengracht, en met kruiwagens werden de stellingen rücksichtslos geleegd.
Tjap 1 Tjap 2 Tjap 3
Max Havelaar Af en toe kon er iets gered worden: een aantal stalenboeken met monsters van katoentjes' of "tjaps" zoals die in Twente werden geweven voor de koloniën, een zes-talig zeemanswoordenboek, een aantal technische encyclopedieën, atlassen, documentatie over palmolie cultuur, koffie en thee bewerking, scheepslogboeken, enkele exemplaren van de uit de Max Havelaar bekende "Koffieveilingen van de Nederlandsche Handel-Maatschappij" en lading manifesten. Het meeste kon via hem worden ondergebracht bij diverse musea en instellingen. Ook een zg goudtonnetje kon nog worden veiliggesteld; deze kleine eikenhouten vaatjes werden in de 19e eeuw gebruikt voor het verzegeld naar de koloniën verzenden van muntspecie en andere waardevolle zaken. En de vergulde knopen herinneren nog aan de stijlvolle bode uniformen.
Goudtonnetje Knoop bodeuniform Goudtonnetje zegel
Verder begon men met het creëren van meer ruimte, zoals het plaatsen van tussenwanden en het dichten van de lichthoven. Het slopen van een teakhouten balie, kapotgezaagd en afgevoerd via de puinschuit voelde Gé als een persoonlijke amputatie.