De Nederlandsche Handel-Maatschappij - een kleine geschiedenis / Afdeling Archief
Afdeling Archief
Zijn chef was de heer Peters, een oudere vrijgezel en een man waar hij altijd met respect en genegenheid over sprak. Wat zijn werk in de beginperiode geweest is weten wij niet zeker; het zal het gebruikelijke wel geweest zijn, klusjes die de ouderen graag afschuiven op nieuwkomers. En daar hoorde onder andere de communicatie (lees: heen-en weerlopen) met het werk op de drukkerij en binderij bij, die ook onder het Archief vielen. Daar verzorgde men het drukwerk van formulieren en interne stukken, en het inbinden van allerlei interne publicaties. Kwam er een nieuwe gezel op die afdeling, dan moest eerst een proeve van bekwaamheid worden afgelegd, zoals het inbinden van een periodiek of stukken in exact dezelfde uitvoering als de voorafgaande jaren. Soms was onvoldoende geschikt intern materiaal beschikbaar, en Gé had dan wel iets voorhanden, zoals een jaargang van "De Kampioen" van de ANWB, een vereniging waarvan hij - nadat hij had leren fietsen - al heel snel lid werd. Dat resulteerde in een reeks in half leer ingebonden jaargangen, lopend van 1921 tot 1941. En in de drukkerij pikte hij ook genoeg kennis op om op latere leeftijd met ruime kennis van zaken over typografie te kunnen meepraten.
Jubilaris Peters Personeel Archief met de jubilaris
Penning
Ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan in 1924 kreeg het gehele personeel een 75 mm grote bronzen gedenkpenning, geslagen door de Rijksmunt. Het hoofdmotief op de penning is een knoestige, dikke en sterke boom met een lint waarop alle plaatsen waar de NHM een kantoor of factorij had zijn vermeld. Onder de naam Amsterdam staan de wapens van Batavia, Nederland en 'de West' (Antillen en Suriname). De naam op de rand is die van Johannes Cornelis Wienecke (1872-1945) uit Heiligenstadt (D). Hij was medailleur en werd in 1909 benoemd tot 1ste stempelsnijder van 's Rijks Munt in Utrecht.
Penning 100 j NHM GJL Muller 1 Penning 100 j NHM GJL Muller 2 Penning 100 j NHM Mej JJ Roos
De nieuwbouw
In deze periode viel het verlenen van de opdracht tot het ontwerpen van een nieuw hoofdkantoor voor de NHM aan architect K.P.C. de Bazel. Het hoofd Bouwzaken was ir. J.J.J. de Bruijn, en het schijnt dat Gé Muller op enigerlei wijze betrokken is geweest zowel bij de voorbereiding alsook bij de eigenlijke bouw voor wat betreft de archief-kant. Beeldengroep In zijn nalatenschap bevonden zich namelijk tekeningen, schetsen en andere zaken die normaliter niet door een jongste bediende van de afdeling Archief voor zijn dagelijkse werk nodig zijn. Mogelijk hield het verband met de nieuwe inrichting van het archief, en dat zijn chef hem had opgedragen gedachten hierover verder uit te werken. Hij had een tekenbordje thuis, waarop hij 's-avonds en op zondagen bezig was ruimten in te delen met de onder andere door Lips te leveren stalen stellingen en ladekasten. Later, toen het nieuwe gebouw betrokken was en hij inmiddels was gehuisvest op de 5e verdieping ging bij de Afdeling Archief volgens zijn zwager Bep het grapje dat de drie gebeeldhouwde figuren op de hoek van de Herengracht niet de "Scheepvaart" symboliseerden, maar in werkelijkheid de heren Peters, de Bruyn en Muller voorstelden.
Leerdam
De Bazel ontwierp niet alleen het gebouw, maar ook veel andere details. Zo was het glasservies in de Directie koffiekamer van het door de Glasfabriek Leerdam geproduceerde model "D", de persglas inktstellen, pennenleggers en asbakken kwamen daar eveneens vandaan: matzwart voor de directie, paars voor de chefs en blankglas voor de gewone man/vrouw. Ook waren er relatiegeschenken, zoals de presse-papier.
Presse-papier NHM De Bazel inktpot zwart De Bazel grote asbak De Bazel pennenlegger violet
Zijn vader had een vertegenwoordiging van Leerdam, en heeft de levering verzorgd; en toen hij later trouwde was het glasservies natuurlijk ook het model "D". Toen eind vijftiger jaren de vernieuwingsdwang toesloeg, en de Koffiekamer op eigentijds servies overging, heeft hij de resten van het glasservies veiliggesteld; niemand wilde dat oude spul hebben. Na zijn overlijden bleek echter dat geen enkel museum een complete serie van deze glazen had; de kinderen hebben toen setjes samengesteld en die zijn naar het Glasmuseum Leerdam, het Rijksmuseum en het Prinsessehof gegaan.
Karaf en vingerkom Wijn en borrelglazen Bekers